in het kort
'Mag ik meedoen?' is een korte, praktische training voor sociaal onhandige leerlingen van
12 tot 15 jaar. Ze ontwikkelen in de cursus een positiever zelfbeeld en maken zich
belangrijke sociale vaardigheden eigen. Ongeveer tweederde van de leerlingen knapt van
de cursus enorm op. De effecten blijven merkbaar, ook na langere tijd. De cursus wordt
binnen de school door eigen docenten gegeven, waardoor de drempel om mee te doen
laag is. Sinds 1997 werkt een snel groeiend aantal scholen met de cursus.
De cursus bestaat uit 12 lessen van 90 minuten, één les per week. Als slot is er een
feestelijke afscheidsbijeenkomst, bijvoorbeeld op een avond. Een groep wordt begeleid
door twee getrainde docenten. Dit om de nodige individuele aandacht te kunnen geven en
beurtelings te kunnen observeren. 
ontstaan
'Mag ik meedoen?' is ontwikkeld binnen het dr. Aletta Jacobscollege Hoogezand, met
steun van Cees Grol en Guus Zengerink. De school won met deze cursus de eerste
Nationale Onderwijsprijs. Dat leverde veel vragen van andere scholen op en heeft
geresulteerd in uitgave van de cursus en ontwikkeling van de docententraining.

schoolsoorten
De cursus wordt gebruikt over de volle breedte van het regulier onderwijs, dus van LWOO
tot en met VWO. Wel is het raadzaam VMBO-leerlingen en Havo/VWO-leerlingen in
afzonderlijke cursusgroepen te plaatsen. Eerste en tweede klassers kunnen samen een
cursusgroep vormen. Ook scholen voor praktijkonderwijs gebruiken de cursus, maar
maken zelf aanpassingen in tempo en aantal lessen. 
theoretische basis
De cursus is gebaseerd op gedragstherapeutische principes. Dit betekent onder meer:
- sociaal handig gedrag wordt in kleine stappen aangeleerd
- succesvol gedrag wordt veel geoefend
- alles wat de kinderen goed doen wordt positief bekrachtigd

selectie
Op basis van een zorgvuldige intakeprocedure worden leerlingen toegelaten.
Vakdocenten en mentoren zijn bij de signalering betrokken. Naast indicaties worden
ook contra-indicaties gehanteerd: redenen om kinderen niet toe te laten. Belangrijke
contra-indicaties zijn:
- gebrek aan motivatie
- ouders verbieden deelname
- onderliggende problemen als mishandeling of misbruik
- zware autistische stoornissen
- zware ADHD
- zeer zwakke intelligentie
Een ideale cursusgroep bestaat uit 8 tot 12 leerlingen, waarvan maximaal 3 leerlingen
met agressief gedrag. De combinatie van agressieve met teruggetrokken leerlingen werkt
goed; beide groepen leren veel van elkaar. Wel is het af te raden om pester en slachtoffer
in dezelfde groep te zetten. 
inhoud
De cursus begint met enkelvoudige vaardigheden als luisteren en complimenten geven.
De tweede helft bestaat uit meer complexe vaardigheden als onderhandelen en reageren
op pesten. In de lessen komen de volgende vaardigheden aan de orde:
- luisteren
- complimenten geven en ontvangen
- gevoelens laten zien
- observeren
- lichaamstaal
- een praatje beginnen
- omgaan met een weigering
- onderhandelen
- aanpakken als je last van iemand hebt
- fouten toegeven
- omgaan met pesten
- samenwerken

opbouw lessen
Elke les heeft als thema een positief gestelde leuze:
"Ik kan goed ..." Bij elke leuze maken drie leerpunten het nieuwe gedrag concreet.
Vast onderdeel van elke les zijn de kleine, korte rollenspellen. Daarin oefenen de kinderen
het gedrag dat hoort bij de leuze.
Na vrijwel elke les volgt een klus. Daarmee oefenen de leerlingen het nieuwe gedrag in
een reële situatie buiten de groep. Ouders blijven via deze klussen betrokken bij de
cursus. 
ouders/verzorgers
Ouders/verzorgers worden betrokken bij de intake van hun kind. Bij de start worden zij op
een ouderavond geïnformeerd over de cursus en hun eigen rol daarin. Verder worden zij
uitgenodigd voor de feestelijke slotavond.

verkrijgbaarheid
Het lesmateriaal en de docentenhandleiding maken deel uit van een docententraining en zijn niet los verkrijgbaar.
|