in het kort
'Zal ik me even voorstellen?' is een korte, praktische training voor sociaal onhandige
jongeren van 15 jaar en ouder. Ze ontwikkelen in de cursus een positiever zelfbeeld en
maken zich belangrijke sociale vaardigheden eigen. De cursus wordt binnen de school
door eigen docenten gegeven, waardoor de drempel om mee te doen laag is.
'Zal ik me even voorstellen?' is ontwikkeld naar aanleiding van vragen van scholen die al
met 'Mag ik Meedoen?' werkten en behoefte hadden aan een cursus voor leerlingen
vanaf 15 jaar. Na een try-out in Havo/Atheneum, VMBO en SVO-LOM werkt nu een
groeiend aantal scholen met de cursus.
De cursus beslaat 13 lessen van 100 minuten, één les per week. Als slot is er een
feestelijke afscheidsbijeenkomst, bijvoorbeeld op een avond. Een groep wordt begeleid
door twee getrainde docenten. Dit om de nodige individuele aandacht te kunnen geven en
beurtelings te kunnen observeren.

schoolsoorten
De cursus wordt gebruikt in het MBO en over de volle breedte van het regulier
voortgezet onderwijs. Wel is het raadzaam VMBO-leerlingen en Havo/VWO-leerlingen
in afzonderlijke cursusgroepen te plaatsen. 
leerwerktrajecten
Onder meer de scholen uit het Noordelijk Platform Leerwerktrajecten hebben de cursus
najaar 2002 op het rooster gezet van de leerwerktrajecten. Omdat hier gewerkt wordt
met bestaande groepen is een speciaal voortraject ontwikkeld om leerlingen te motiveren. 
waarom scholen voor deze cursus kiezen
Ben ter Haar (AOC Oost Almelo):
“Wij merkten dat er veel derde en vierde klassers zijn die moeite hebben met sociale
vaardigheden. Het helpt hen als ze straks stage moeten lopen! En zelf wilde ik graag
kundig zijn in beide trajecten. Het geven van Zal ik me even voorstellen? lijkt me een
nog leukere bezigheid dan het geven van de jongerencursus!”
Marijke Mollema (Comenius College Capelle aan de IJssel):
“We wilden al veel eerder deze training volgen. Er was veel vraag vanuit school:
wanneer gaan jullie nou de bovenbouwcursus geven? Nu kan het! De methodiek van
verhalend ontwerpen spreekt mij erg aan. Ook om op andere manieren in de school te
gebruiken, bijvoorbeeld in de nieuwe afdeling Zorg en Welzijn.”
Dinie Jansen en Alle Falke (RSG Wolfsbos Hoogeveen):
“We willen deze cursus gebruiken binnen de leerwerktrajecten. We denken dat we er
daar wel wat mee kunnen. Door de thema’s wordt het doelgerichter, en hopelijk
motiverend.”

theoretische basis
De cursus is gebaseerd op gedragstherapeutische principes. Dit betekent onder meer:
- sociaal handig gedrag in kleine stappen aanleren
- succesvol gedrag oefenen
- alles wat de leerlingen goed doen positief bekrachtigen
Om te voorkomen dat jongeren het oefenen van de vaardigheden wat gênant vinden
wordt gewerkt vanuit drie realistische thema’s. De thema’s zijn: op kamers gaan wonen,
beroepen en een restaurant. Deze fictieve contexten worden snel maar krachtig tot leven
gewekt met de methodiek Verhalend Ontwerpen. Meer informatie over deze methodiek op
www.verhalendontwerpen.nl

selectie
Op basis van een zorgvuldige intakeprocedure worden leerlingen toegelaten.
Vakdocenten, mentoren en zo mogelijk ook stagebegeleiders zijn bij de signalering
betrokken. Naast indicaties worden ook contra-indicaties gehanteerd: redenen om jongeren niet toe te laten. Belangrijke
contra-indicaties zijn:
- gebrek aan motivatie
- onderliggende problemen als mishandeling of misbruik
- autistische stoornissen
- zware ADHD
- zeer zwakke intelligentie
Een ideale cursusgroep bestaat uit 8 tot 12 leerlingen, waarvan maximaal 3 leerlingen
met agressief gedrag. De combinatie van agressieve met teruggetrokken leerlingen werkt
goed; beide groepen leren veel van elkaar. 
inhoud
De cursus heeft een opbouw van enkelvoudige naar complexe vaardigheden.
Thema Op kamers
- jezelf voorstellen
- luisteren
- observeren
- complimenten geven en ontvangen
- gevoelens laten zien en herkennen
Thema beroepen
- telefonisch iets vragen en afspreken
- een gesprek voeren
- een praatje beginnen
Thema Restaurant
- omgaan met een weigering
- kritiek ontvangen en nee zeggen
- kritiek geven
- onderhandelen
- samenwerken

opbouw lessen
Elke les heeft als thema een positief gestelde leuze: "Ik kan goed ..." Bij elke leuze maken
leerpunten het nieuwe gedrag concreet. Het aantal leerpunten per leuze is groter dan bij
Mag ik meedoen? zodat de leerlingen meer nuances in sociaal gedrag aanleren.
Vast onderdeel van elke les zijn de kleine, korte rollenspellen. Daarin oefenen de
leerlingen het gedrag dat hoort bij de leuze. Na vrijwel elke les volgt een klus. Daarmee
oefenen de leerlingen het nieuwe gedrag in een reële situatie buiten de groep. Ouders
blijven via deze klussen betrokken bij de cursus.
Systematische en gestructureerde zelfreflectie maakt deel uit van de cursus. De
groepsleden worden hierbij ingeschakeld, waardoor het zelfinzicht sterk wordt vergroot.
Ook levert het de leerlingen een beter beeld op van de vaardigheden die zij wel en nog
niet beheersen, en dat vergroot hun motivatie. 
verkrijgbaarheid
Het lesmateriaal en de docentenhandleiding maken deel uit van een docententraining en zijn niet los verkrijgbaar.
|